Wat is omgevingsonderwijs?

Onder omgeving begrijpen we de ruimte waar kinderen wonen, leren, spelen: het huis, de straat, de weg naar school, maar ook de ruimte verder weg, waar de kinderen in hun vrije tijd naar toe gaan.

Wanneer elementen uit deze omgeving in de klaspraktijk worden gebruikt, zij het als illustratie, zij het als leerinhoud, dan spreekt men van omgevingsonderwijs. Van omgevingsonderwijs wordt gesteld dat ze in sterke mate de betrokkenheid van leerlingen verhoogt en zo sterk motiverend werkt.

Vanuit de eindtermen basisonderwijs en de diverse leerplannen wordt sterk aangedrongen op omgevingsgericht onderwijs. Onderwijs dat aansluit bij de leefwereld van de leerlingen wordt beschouwd als een fundamenteel didactisch principe.

 Lees meer:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat is omgevingsonderwijs?

Bij omgevingsonderwijs stellen Van Riessen en Van Manen (2006) dat de eigen leefomgeving centraal staat als uitgangspunt en object van studie. Met eigen leefomgeving wordt de wereld bedoeld waarin iemand zich vrijwel dagelijks verkeert voor school, werk, winkelen en recreatie.   Voor leerlingen van het basisonderwijs is deze “bekende omgeving” niet zo groot. Ze bestaat uit enkele belangrijke knooppunten en de verbindingen daartussen. Binnen die leefomgeving kan een onderscheid gemaakt worden tussen materiële en niet materiële elementen. De materiële elementen zijn deels van menselijke origine, deels natuurlijk ontstaan. Binnen de natuurlijke elementen kan nog een onderscheid gemaakt worden tussen biotische (planten en dieren) en abiotische elementen (gesteenten, water, lucht). De niet materiële elementen zijn van sociale en culturele aard (gebruiken, rituelen, en verhalen..) (Callens A., 2005).   Deze verscheidenheid zorgt voor een onuitputtelijk gegevensbank waar in het onderwijs dagelijks uit geput kan worden. Enerzijds kunnen de omgevingselementen echte lesdoelen op zich vormen, anderzijds kunnen ze abstracte leerinhouden concretiseren. Vast staat dat omgevingsonderwijs de betrokkenheid van de leerlingen sterk kan verhogen en als dusdanig ook motiverend werkt.

Omgevingsonderwijs in Vlaanderen

Het basisonderwijs in Vlaanderen wil zich sterk richten op de onmiddellijke leefomgeving van de kinderen. Dat onderwijs moet aansluiten bij de leefwereld van de kinderen en moet vertrekken van ervaringen in de concrete realiteit, zijn immers fundamentele didactische principes. Deze didactische principes zijn van toepassing voor alle leergebieden, maar vooral via het leergebied wereldoriëntatie wenst men de schoolomgeving als leerinhoud aan de leerlingen te presenteren. In algemene termen gaat het om het volgende: “Met 'Wereldoriëntatie' (wereldoriënterend onderwijs) verwerven kinderen kennis en inzicht in zichzelf, in hun omgeving en in hun relatie tot die omgeving, verwerven zij vaardigheden om in interactie te treden met die omgeving en worden zij gestimuleerd tot een positieve houding ten aanzien van zichzelf en hun omgeving.” (kerngedachte uit de toelichtingen bij de eindtermen Wereldoriëntatie) . Wereldoriënterend onderwijs is dus steeds 'gericht' op de omgeving. Het begrip 'omgeving' moet hier in een ruime betekenis worden begrepen. Het verwijst zowel naar de fysische als de sociale en culturele omgeving van de kinderen. Dezelfde toelichtingen stellen dat de belangrijkste wereld voor de kinderen uit de basisschool zich in hun eigen buurt afspeelt. Het is daarom erg belangrijk een zicht te krijgen op wat er in de directe omgeving van de school allemaal te zien en te beleven valt.